Beluister hier de column

Als sport doe ik regelmatig aan fitness. En hardlopen. Al moet ik eerlijk zijn, hard loop ik niet. Of ver. Althans, niet met een beetje snelheid. Maar goed. Krachtsport gaat best goed, en ook het wandelen van best lange afstanden met een best zware rugzak gaat steeds beter.

Bij alle drie is één van de voornaamste adviezen: ‘progressive overload’ bij het trainen. In goed Nederlands is dat iets als ‘steeds een stukje zwaarder, elke keer tot het nét te zwaar is’. Dus dat je in gewicht, of in afstand, of in snelheid, elke keer dat het ‘lekker gaat’, een beetje zwaarder, verder of langer traint.

Dan past je lichaam zich het snelst aan. Dan groei je het snelst de juiste kant op. Moet je natuurlijk ook de juiste bouwstoffen in je lichaam stoppen (goed eten, dat bij je past – het is voor iedereen altijd anders). ‘Één manier’ werkt nooit voor iedereen.

Wat ik me afvraag: gelden deze principes niet ook voor je dag- dagelijkse werk? Als het comfortabel wordt, zou je er dan niet een schepje bovenop moeten doen? Als je een tijd lang denkt: dit gaat goed… zou je dan niet moeten overwegen om net ietsjes meer hooi op je vork te nemen?

Ook hiervoor geldt: voor iedereen is het anders. Er is niet ‘één aanpak’. Maar voor jezelf de lat af en toe iets hoger leggen… dan groei je wel het snelst…