Beluister hier de column
Honger. Ik heb nooit honger gekend. Wij hadden het arm vroeger, maar er was altijd wat te eten. Voor veel mensen is dat anders. Meer dan een miljard mensen lijden honger. Niet zo af en toe, maar structureel. Altijd gebrek aan eten. Moeders die zich altijd zorgen maken en zich afvragen, kan ik m’n kind morgen iets te eten geven.
Een onderzoeksjournalist is op bezoek bij een hulppost van Artsen zonder grenzen in Afrika. Buiten zit een wat oudere vrouw op de grond. Ze heeft, zoals gebruikelijk daar, een kind met een doek tegen haar lijf gebonden. Ze weet zich geen raad. Kan ze nog wel naar huis? Wat moet ze daar zeggen? Het kind, haar kleinzoontje, is dood. Hij was ziek geworden. Moeder kon niet weg. Dus oma droeg haar kleinzoon naar de hulppost. Vijf uur lopen. De mensen van Artsen zonder grenzen deden wat ze konden, maar het kind was niet te redden. Zwaar ondervoed, de organen te zeer aangetast door gebrek aan voeding.
Volgens de Verenigde Naties sterft er gemiddeld iedere 4 seconden een kind aan de gevolgen van honger, ondervoeding en daarmee samenhangende ziekten. Iedere 4 seconden een kind, 25.000 per dag, 9 miljoen per jaar. Door structurele ondervoeding groeit een kind niet goed, de ontwikkeling van de hersenen stagneert, organen vallen uit en een kind sterft. Onnodig, want er is meer dan genoeg voedsel. In de wereld wordt genoeg voedsel geproduceerd om iedereen te eten te geven en nog voor 4 tot 5 miljard mensen meer. Het is een kwestie van verdeling. Wij, de rijken, hebben teveel en zij, de armen, hebben te weinig.
‘No farmers, no food’ was een slogan die we veel hoorden toen enkele jaren terug de BBB in opkomst was. Een waar woord. Boeren produceren voedsel. Maar, als je daarbij het verhaal vertelt, dat de wereldbevolking groeit, vooral in Afrika, en dat we de industriële landbouw nodig hebben om de wereld te voeden. Dan gaat er iets heel erg mis. Geen enkel product van onze landbouw komt bij de hongerlijders terecht. Ze kunnen dat niet betalen.
Voedselzekerheid is een term die al een tijdje in zwang is. Die term staat nu ook in de naam van ons ministerie van Landbouw. Voedselzekerheid, voor wie? Voor het rijkere deel van de wereld. Ten koste van het arme deel. Westerse investeringsbedrijven kopen met geld van onze banken en pensioenfondsen voor een habbekrats grond op in de arme delen van de wereld. Niet zelden met hulp van corrupte regimes.
Miljoenen hele kleine boeren worden van hun grond verdreven. No farmers, no food in de praktijk. Boeren met een klein stukje grond waarmee ze net voldoende konden verbouwen om hun gezin te voeden en in een goed jaar ook nog wat producten konden verkopen. Ze werkten vaak al generaties op dat stukje grond. Hun voorouders liggen er begraven. Ze zijn rechteloos. Grond eigendom bestond niet voor de komst van de westerse bedrijven. De boeren worden van hun grond gezet. Soms met grof, ja zelfs dodelijk geweld. Ze verkassen naar de stad en komen terecht in de steeds verder uitdijende sloppenwijken. Ze gaan behoren tot het leger van mensen die moeten leven zonder welke voorziening dan ook en die honger lijden. Werk is er niet. Ze zijn overbodig geworden. Niemand zit nog op ze te wachten. Ze worden ook wel wegwerpmensen genoemd.
En hun grond? Daar gaan moderne westerse bedrijven aan de slag. Machines, kunstmest en bestrijdingsmiddelen doen hun intrede. Een enkeling kan er werk vinden. De bedrijven zijn verzekerd van spotgoedkope arbeidskrachten. Het aanbod is groot en zo werkt het marktmechanisme nu eenmaal. De productie stijgt en wordt uiteraard verkocht. Tegen de hoogst mogelijke prijs, geheel volgens de logica van het marktmechanisme. De mensen die honger lijden hebben geen cent te makken en die vallen dus af. Als regel wordt het voor veevoer of biobrandstof geëxporteerd. Een voorbeeld: Uit onderzoek in 2012 kwam naar voren dat bij een project in Afrika ruim 7,5 miljoen hectare grond werd opgekocht voor de productie van biobrandstoffen.
Zo wakkeren we vanuit de rijke delen van de wereld met de industriële veeteelt, de hang naar voedselzekerheid en onze behoefte aan biobrandstoffen de honger in de arme delen van de wereld aan. Is dat eerlijk? Lijkt mij niet. Ik zie overeenkomsten met kolonisatie en slavernij verleden. Maar ja, onze koeien en varkens moeten toch ook eten en vliegvakanties moeten duurzamer. Onze banken en pensioenfondsen halen er een mooi rendement uit. Moet dat het gezicht van honger zijn? Ik vind het moeilijk te verteren