Beluister hier de column

Lieve mensen, ik heb vandaag geen zin in van die grote onderwerpen. Ik houd het bij iets kleins. Maar wel van het soort waar we  allemaal op zijn tijd mee te maken krijgen. Ik wil het met U hebben over het kleinste kamertje. Ik ga heden in op kamer honderd. Of zoals de buurvrouw net zei: U krijgt een praatje pot.

Die zijn buiten particuliere woningen nog steeds dun gezaaid. In de praktijk moet je ervoor de horeca in. Of je moet op zoek naar een C&A. Peek en Cloppenburg zal ook wel mogelijkheden bieden. Ik weet het niet.

Vroeger bood de gemeente soelaas, althans aan de mannen. In mijn jeugd had je overal kleine betonnen gebouwtjes, die ik in navolging van mijn vader ¨plashuisjes” noemde. Het was een uitermate seksistische oplossing want voor vrouwen waren deze gelegenheden niet ingericht. Over het algemeen konden er maximaal twee mannen tegelijk terecht,  die met de rug naar elkaar stonden terwijl zij hun straal op de muur richtten. Als het goed was, stroomde daar schoon water naar beneden. Hoe dan ook deze plashuizen stonken als de hel maar ze waren wel een uitkomst. Ze zijn nu allemaal weggesloopt en net als de vrouwen moeten de mannen het al decennia zelf uitzoeken. De overheid heeft iets anders verzonnen: ze heft hoge boetes op het zogenaamde wildplassen. Ja, dan ga je natuurlijk niet investeren in openbare plasgelegenheden. De opbrengsten van de wildplasboetes zijn veel interessanter voor een wethouder die de eindjes aan elkaar moet knopen. En om nog een stukje verder te gaan: voor de grote boodschap konden mannen even goed nergens terecht. Er waren wel plashuizen maar geen kakhuizen. En onder het vergeten woord schijthuizen werd iets heel anders verstaan.

Lieve mensen, wees niet bang, dat dit een somber praatje wordt. Nu komt de grote ommekeer. Verleden week bezocht ik een wereldtoilet. Nee, niet de Delfts blauwe luxepot die de gemeente Schiedam speciaal voor koningin Wilhelmina in het oude stadhuis liet inbouwen en nu een soort museumstuk is. Hare majesteit hoefde overigens niet. Nee, die bedoel ik niet. Ik heb het over de publiektoiletten van het Nationaal Archief in Den Haag. Die ontvangen je als het ware met open armen. Zo gek is dat niet want de medewerkers van het archief zijn buitengewoon vriendelijk en uitnodigend. Er zijn strenge regels om te voorkomen dat de archiefstukken beschadigd raken of worden gestolen. Het personeel handhaaft ze niet. Het zorgt ervoor dat jij als bezoeker de oude documenten op de juiste manier behandelt. Ze bieden een begeleiding waaraan niet te ontkomen valt.

Nu de toiletten in het souterrain. Er zijn twee rijen tegenover elkaar met een gang er tussen. Die waren vroeger natuurlijk voor heren en dames bedoeld. Nu niet meer. Aan de ingangen hangt een bordje met: ¨Alle genders zijn hier welkom¨. Kijk, dat is mooi gedaan. Ik trad binnen en opende een deur. Ik zag meteen dat er voldoende ruimte was om mijn tas neer te leggen. Dat niet alleen: aan  de muur prijkte een haak. Die is speciaal bedoeld voor personen met bretels, die hun colbertjasje even kwijt moeten voor de grote boodschap. Maar al te vaak ontbreekt die haak. Dan ben je gedwongen het jasje aan de kruk van de deur op te hangen in de hoop dat het niet op de grond glijdt. In heel veel WC´s kan een mens trouwens zijn kont niet keren terwijl dat toch de bedoeling is. Op de toiletten van het Nationaal Archief hebben de bezoekers zulke zorgen niet. Ik zag nog iets bijzonders. Het WC papier zat op kunststofrollen. Laten liggen, stond er bij, ze kunnen nog jaren mee. De toiletten van het Nationaal Archief zijn een voorbeeld voor heel Nederland.

Toen ik de trap opklom naar de studiezaal, stelde ik mij een vraag: heb je die nog, de juffrouw van de retirade. Of zijn die ook weggeblazen in de storm van de tijd. Neem bijvoorbeeld juffrouw Millie. De opname is gemaakt in de Doelen https://www.youtube.com/watch?v=_r0wh_Goqp8&list=RD_r0wh_Goqp8&start_radio=1