Lieve mensen, dit is een harde tijd met harde mensen. Dit is een tijd van handhaving. Dordrecht geeft dezer dagen een duidelijk voorbeeld. Burgemeester Nanning Mol – van de VVD – heeft zijn aandacht gericht op het Kromhoutgebied. Daar ervaren de bewoners veel overlast van daklozen. Dat komt omdat er een opvangplek van het Leger des Heils is gevestigd.
Als je de berichten in het AD mag geloven, dan gedragen de dak- en thuislozen zich niet als modelburgers. Ze zijn dronken. Ze gebruiken drugs. Ze zitten bij elkaar, aldus het straatbeeld bedervende.
Nu moet ik om te beginnen iets toegeven of liever gezegd iets vertellen over mijn karakter. Bepaalde benaderingen hebben op mij een averechtse werking. Of anders gezegd: ik ga voldoen aan negatieve verwachtingen als ik de indruk krijg dat men die van mij heeft. Als ik dakloos was en ik merkte dat men mij als overlast aanduidt, dan zouden ze potjandozie overlast krijgen ook. De hemel is mijn dak. Dan is is de straat mijn WC. U begrijpt misschien wat ik bedoel. Als ik Oost Europeaanse arbeider zijnde, door het uitzendbureau wordt ontslagen en tegelijk op straat gezet – terwijl alles en iedereen om mij heen de schouders er over ophaalt – dan zou ik ook overal schijt aan hebben.
Nu zijn er ook veel daklozen die in een beschaafder verleden al lang onderdak hadden gekregen bij een instelling in een bosrijke omgeving. Dat gebeurt niet meer. Hun persoonlijke vrijheid mag immers zogenaamd niet worden aangetast. Nu zwerven zij rond en vertonen wat sinds enige tijd heet onbegrepen gedragt. Dat wil zeggen: ze zijn zo gek als een deur maar worden toch uit beginsel aan hun lot overgelaten. Vanwege hun wanen reageren zij vaak agressief op de omgeving. Loopt het echt uit de hand, dan komt de politie, die vervolgens klaagt over het gebrek aan psychische zorg voor deze mensen. Ondertussen kunnen deze onbegrepenen de bout hachelen zodat zij hun gedrag voortzetten.
Burgemeester Nanning Mol heeft nu maatregelen genomen. Daklozen moeten zich niet langer melden bij het Leger des Heils maar op het Stadskantoor. Ook overweegt hij een samenscholingsverbod in te stellen. Losse daklozen zijn blijkbaar verdraaglijker dan in groepjes bij elkaar.
Nu bevat het artikel in het AD één opvallende zin. De overlast neemt acuut af als de winteropvang open gaat. De winteropvang, lieve mensen, is een slaapgelegenheid voor daklozen die alleen wordt gebruikt als de temperatuur beneden het vriespunt daalt. Het devies is: boven nul, deur op slot.
Hieruit blijkt wat het grote probleem van de overlastgevers, genaamd dak- en thuislozen is. Zij hebben geen dak. Krijgen zij dat wel – al is het maar in een grote zaal vol stapelbedden – dan is voor de omgeving al een groot deel van het leed geleden. Burgemeester Nanning Mol gebruikt nu een deel van zijn energie om de daklozen het leven zo zuur mogelijk te maken in de hoop dat zij vertrekken. Hij zet extra handhavers in. Hij laat zijn juristen uitzoeken hoeveel verboden hij op de daklozen kan loslaten.
Ondertussen staat de oplossing voor zijn neus. Als je wilt dat de overlast voor de bewoners van het Kromhoutgebied ophoudt, stel dan de winteropvang permanent open. Wacht niet met je koude hart tot het vriest voor je die arme mensen binnen laat. Wees praktisch en niet ideologisch.
Het woord dakloos is op zich toch duidelijk genoeg? Toch dringt dit tot de Nanning Mols van deze wereld niet door. Ook niet tot de verschrikkelijke Rotterdamse wethouder Ronald Buijt. Volgens Radio Rijnmond verdomt hij het de winteropvang in zijn stad ook open te stellen als het niet vriest. Dat noemt hij een principiële kwestie. Een principiële kwestie. Niet zomaar een praktische maatregel. Nee het is een principiële kwestie dat daklozen moeten wachten tot het vriest voor er extra opvang wordt geregeld.
Eindelijk een bestuurder met principes. Hij ligt in een warm bed, maar niet zonder zijn principes
Hier Bob Dylan: only hobo https://www.youtube.com/watch?v=Jf8y5pCEvGk&list=RDJf8y5pCEvGk&start_radio=1