Lieve mensen, als U wat ouder bent, weet U vast nog hoe de hele straat naar de kermis stroomde als die zijn tenten vol nep en wonderen hadden opgeslagen. Ik weet nog hoe ik verlangend ging kijken als de vrachtwagens net waren aangekomen en het opbouwwerk was begonnen.
Mooie herinneringen: verliefde stelletjes in de rups, die elkaar omhelsden als de huif dicht ging. Jongere luisteraars kunnen zich wellicht niet eens een voorstelling maken van wat ik nu met een paar woorden aanduidt. Of de schommels in de vorm van schepen, de zweefmolen, de dreunende orgels.
Dat is allemaal verleden tijd. De kermis van nu bestaat uit goktenten waar men zogenaamd een behendigheidsspel kan spelen. Grote installaties werpen het publiek alle kanten op, laten het draaien, onderwerpen het aan schijnbaar halsbrekende toeren waar je maag van omdraait. Alleen het spiegelpaleis, de suikerspin en het spookhuis met zijn angstwekkende afbeeldingen doen nog aan vroeger denken.
En dan nog iets: het is veel stiller geworden op de kermis. Vroeger kon je over de hoofden lopen. Nu is het publiek tamelijk schaars. Dat komt niet door de sociale media of de televisie. Dat komt omdat een mens zich blauw betaalt. Als je met je kinderen een rondje kermis doet, ben je een godsvermogen kwijt. Aan de andere kant kost het de exploitanten moeite het hoofd boven water te houden. Zo dreigt een eeuwenoude traditie langzaam maar zeker te gronde te gaan. Kermisliefhebbers merken dat er met de jaren steeds minder attracties worden opgebouwd.
Hoe komt dat? Het is de schuld van de gemeente. Die draait de kermis de nek om. Dat is niet voor de eerste keer. In het laatste kwart van de negentiende eeuw verboden veel gemeentebesturen de kermis omdat die bij het volk tot onmatigheid en zedeloosheid zou leiden. Dat viel op den duur natuurlijk niet vol te houden. De kermis mocht terug maar werd wel gebonden aan grote hoeveelheden regels. En men verzon in de gemeentehuizen nog iets: men liet de exploitanten tegen elkaar opbieden voor het beperkte aantal standplaatsen. Daardoor liepen de gemeentes behoorlijk binnen want om met je attractie een plaatsje te krijgen moest je op den duur tienduizenden euro´s inzetten. Om dat terug te verdienen waren hoge entreeprijzen nodig. Dat beviel de lui in de gemeentehuizen wel want daar bleef men de kermis als een onbeschaafd gebeuren beschouwen dat de bezoekers van de hogere levensdoelen afhoudt en bovendien nachtrustverstorend en overlastgevend werkt. Tegelijkertijd incasseert men de opgeschroefde staangelden gaarne. Zo snijdt het mes aan twee kanten. En zo wordt de kermis langzaam maar zeker gewurgd.
U merkt dat in eigen stad of dorp.
Nu is er één gemeente tot bekering gekomen. Dat is het Brabantse Cranendonk. Voor de kermis in het dorp Budel hoefden de exploitanten niet tegen elkaar op te bieden als ze beloofde redelijke prijzen te rekenen. Je kon er verleden week voor een euro in een attractie. Je hoefde niet eerst de loterij te winnen voor je met je gezin een middagje naar de kermis kon gaan. Het liep storm in Budel. Het was zo druk dat ruziemakers geen kans kregen de boel te versteren. De kermis was ineens herleefd.
Ik roep alle gemeentebesturen van Zuid Holland op dit prachtige voorbeeld van Cranendonk te volgen en de kermis terug te brengen als voor ieder betaalbaar volksfeest. Dat is meer waard dan de paar centen die de gemeentekas dan misloopt. Je krijgt namelijk gratis een groot volksfeest in de schoot geworpen. En dat is heel wat waard, zeker als je vanwege de bezuinigingen en het ravijnjaar geen cent overhoudt om leuke dingen te doen voor je burgers. Over een half jaar zijn er raadsverkiezingen. Zet afschaffen van dat tegen elkaar opbieden in het programma van uw partij. Anders verdient U geen stem. Weet U trouwens nog wie Wim Ibo was?