Lieve mensen, de raadsverkiezingen zijn nu al een week of zes voorbij en als ik het goed heb, heeft in heel Nederland één gemeente een nieuw college. Eén. In onze streken zijn de onderhandelingen op de gemeentehuizen in volle gang. Ik heb daarover een stelling. De stelling luidt: de lange duur van de college-onderhandelingen geeft blijk van zelfoverschatting bij de lokale politici. Wie denken ze wel dat ze zijn? Kamerleden? Europarlementariërs?Elke gemeente heeft een of twee verkenners aangesteld die het gevoelen van de partijen peilen om vervolgens met voorstellen te komen voor een coalitie. Daarna gaat een formateur aan het werk. In grote steden zien we landelijk bekende politici van vroeger aantreden zoals Diederik Samsom in Rotterdam en Ahmed Aboutaleb in Den Haag. Kleinere plaatsen moeten het met mindere goden of godinnen doen. Zo heeft Schiedam Renske Leijten binnenboord gehaald voor deze klus.
Ik weiger te begrijpen waarom het allemaal zo moeilijk moet zijn. Maar ik ken wel de achtergronden van dit alles.
In het oude systeem wees de gemeenteraad uit hun eigen midden wethouders aan. Dat waren meestal de meest ervaren en doorgewinterde krachten in het gezelschap, die hun gemeentes van haver tot gort kennen. Je had twee modellen: een programcollege, dat zijn fundament vond bij de raadsmeerderheid en het afspiegelingscollege. in het laatste geval was het college qua politieke verhoudingen de raad in het klein. Het argument daarvoor was dat de problemen die een gemeente moet oplossen, helemaal niet zo politiek en ideologisch van aard zijn. Iedereen wil uiteindelijk het beste voor de inwoners. Dat is misschien een naïeve voorstelling van zaken maar er zit toch wat in.
Rond de eeuwwisseling kwam er een hervorming. Het was de bedoeling om alles democratischer te maken. Wethouders mochten net als ministers in Den Haag geen lid van de raad meer zijn. Zo werden de uitvoerende en de weggevende macht gescheiden. Het idee was dat de raad zich nu helemaal kon concentreren op het controleren van de bestuurders. In de praktijk gebeurde het omgekeerde. Nederland kent op het moment een groep beroepswethouders die van gemeente naar gemeente hoppen en geen enkele binding hebben met de plaats die zij besturen. Het kost gemeenteraden grote moeite op zulke gronden gevormde colleges in de hand te houden.
Toch zet men een grote borst op en speelt tweede kamertje en hard to get. Formaties duren eindeloos omdat de lokale potentaatjes zeer gedetailleerde en uitgebreide programma´s willen op grond waarvan dan de bijpassende personen worden geselecteerd voor het wethouderschap. Die uitgebreide collegeprogramma´s verliezen binnen een paar maanden hun actualiteit. Maar dat kan niemand wat bommen. Het geeft een heel goed gevoel het lokale bestuur lam te leggen omdat het zittende college demissionair is zolang jij door onderhandelt. Althans iets doet wat daarvoor moet doorgaan.
Vooral nu is die opgeblazen belangrijkheid heel naar om te zien. In de meeste gemeentes is het hete hangijzer de mogelijke komst van een AZC terwijl de wereld afglijdt in de richting van een crisis zonder weerga. Weet U wat belangrijk is? Dat er straks geen kunstmest meer is omdat de productie daarvan samenhangt met de energievoorziening? En dat de diesel ontbreekt voor de schepen die uit andere delen van de wereld de soja aanvoeren en dat zonder soja de veestapel niet in leven blijft. Dat is belangrijk. En dat heeft grote gevolgen voor het lokale bestuur. Doe nu eens normaal, stel een paar hoofdpunten vast en ga aan het werk om de burgerij zoveel mogelijk te beschermen tegen de stormen van de tijd. Nogmaals: wie denken jullie wel dat jullie zijn? En wie wij zijn? Dat de burgers slapen? https://www.youtube.com/watch?v=XqzX-uZUtI4&list=RDXqzX-uZUtI4&start_radio=1