Lieve mensen, blijkbaar is gemeentepolitiek toch verslavend. Ondanks het feit dat het aantal bedreigingen aan het adres van gemeenteraadsleden de afgelopen tijd is verdubbeld, ondanks het gegeven dat initimidatie aan de orde van de dag is, stelt drie kwart van hen zich toch maar weer herkiesbaar. Raadsleden laten zich blijkbaar niet zo makkelijk wegjagen. Ook niet door werkdruk trouwens. Je bent er alles bij elkaar zeker zo´n twintig uur per week aan bezig. Dat geeft ik je te doen, lieve mensen, als je er een full time baan bij hebt en de sores van een heel gezin.
Dertig procent van de raadsleden gaat die intimidatie niet in de kouwe kleren zitten. Ze worden angstig. Ze gaan op hun woorden letten. Het loont dus ze te intimideren. Voor uw geestesoog verschijnt nu zo´n horde die voor het stadhuis vuurwerk afsteekt en vernielingen aanricht omdat er binnen wordt gedebatteerd over een asielzoekerscentrum. Maar de agressie kan juist ook door heel andere zaken op gang komen: besluitvorming rond parkeerplaatsen, heel erg persoonlijke heibel met iemand van de gemeente.
Ik beperk me niet tot deze column alleen. Ik maak ook op andere plekken van mijn hart geen moordkuil, bijvoorbeeld op Joop.nl. Dan ben ik niet mals en er komen dan ook tal van reacties op mijn meningen. Soms hele felle. Ik ben bijvoorbeeld een zionist. Altijd al geweest. Ik verdraai bewust de feiten. Ik weet niet wat het is om in een volksbuurt te wonen. Ik ben een nephisctoricus. Ik ben een histericus. Ik loop de hele dag met een grote koptelefoon op in mijn eentje door de stad. De aanvallen zijn niet zelden persoonlijk van aard en als ik in de stemming ben geef ik mijn belagers een koekje van eigen deeg. Maar bedreigingen, met de dood of met een ordinair pak slaag, die heb ik nooit gekregen. Niks van dat alles. Of ja, toch één keer maar dat is al een halve eeuw geleden. Een of andere rouwe gast vond dat ik de Turkies te zeer lief had en bovendien te laf was om te schrijven dat de dokter zijn vrouw vermoord had. Ik voelde daar natuurlijk niets voor en daarom wilde hij me steeds een pak slaag geven op het moment dat ik hem tegen het lijf liep in de kroegen van mijn vaderstad Schiedam. Dat heeft nog een hele tijd geduurd. Sindsdien heb ik op dit gebied nooit meer problemen gehad maar ik weet wel hoe het voelt als je echt belaagd wordt bijvoorbeeld omdat je ruimte wil maken voor een asielzoekerscentrum. Ik voel dan ook heel erg met zulke bedreigde raadsleden mee. En ik fantaseer dan wat ik zelf zou doen. Ik zou het woord nemen in de raad en een aantal van die bedreigingen voorlezen. Daarna zou ik zeggen: meneer de voorzitter. U weet wat voor een uitvaagsel, wat voor een grondsop we tegenover ons hebben. Ik sel voor dat wij niet een maar twee asielzoekerscentra toestaan in de gemeente. En als het onderzoek naar deze bedreigers ons informatie geeft over de buurten waarin ze wonen, dan voeren we daar onmiddellijk betaald parkeren in gedurende het gehele etmaal. Ook wordt een kwart van de parkeerplaatsen vervangen door minibosjes. Ik stel me dan de verbijstering voor in de ogen van de zogenaamde woedende burgers op de publieke tribune. En hoe mijn mederaadsleden in applaus uitbarsten.
Alle gekheid op een stokje. Ik denk dat gemeentes heel erg duidelijk moeten maken dat politiek geweld – zo mag je die bedreigingen wel noemen – averechts werkt. Dat er dan principieel niet naar de daders wordt geluisterd, maar dat ze wel worden opgespoord. Dat ze hun zin niet krijgen. Gewoon niet. Nooit. Als je dit wangedrag toelaat, is het eind namelijk zoek. Kijk maar eens hoeveel sportbeoefening daadwerkelijk wordt vergald door het geweld en het gescheld rond de velden, juist ook bij de amateurs. En dan nu een intimiderend lied: de aristocraten, hang ze aan de lantaarn. Ca ira. Edith Piaf Als die er nou eens tussen stond als ze het raadhuis in brand proberen te steken..https://www.youtube.com/watch?v=bzu01gO3pi4&list=RDbzu01gO3pi4&start_radio=1