Lieve mensen, Ik ben benieuwd of U vanavond naar de televisie hebt gekeken. En als U dat deed, koos U dan voor de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen? Of toch voor een spannende Netflix-serie? De kans is groot dat U schouderophalend aan de politiek voorbij gegaan bent. De belangstelling voor lokale verkiezingen loopt al sinds jaar en dag terug. Als ik zo vrij mag zijn dit op te merken: en dat is dan omgekeerd evenredig met het gekanker op de gemeente. Het lijkt wel of de burger het plaatselijk bestuur de rug toekeert. Er zijn straks raadhuizen waarin men moet constateren dat nog niet de helft van de kiesgerechtigden op is komen dagen. Ook in onze streken. Juist in onze streken.
Nu oppassen, Han. Maak er geen strafpredikatie van. Verveel je luisteraars niet met allerlei betogen over het belang van de lokale democratie. Zeg zeker niet: wie aan de stembus voorbijgaat, heeft later geen recht van spreken meer want dat is een denkfout van jewelste. Doe dat niet.
De stembussen zijn toch al gesloten.
De opkomst was dus laag. En degenen die wel kwamen stemmen, hebben gezorgd voor een ongehoorde versnippering in de Gemeenteraad. Bij mij in Schiedam geldt een fractie met vijf zetels al als ongewoon groot. Dat is wel eens anders geweest.
Ik ben een oude heer. Toen ik belangstelling voor de politiek begon te ontwikkelen zaten we voor 1965. De gemeenteraad van Schiedam telde 35 zetels. Ongeveer veertig procent tot de helft daarvan viel bij elke verkiezing standaard toe aan de Partij van de Arbeid. Daarna volgde de Katholieke Volkspartij met negen of tien zetels. De Protestants Christelijke Groep, waarin de Antirevolutionaire Partij en de Christelijk Historische Unie samenwerkten, bracht het altijd wel tot een zetel of acht. De VVD kreeg een of twee raadszetels, de Communistsche Partij van Nederland één, die sinds de jaren twinig van de vorige eeuw bezet werd door een lid van de familie Collé, eerst vader Willem, daarna zoon Eef.
Na de verkiezingen bleef het college, dat bestond uit twee PvdA-ers, één katholiek en één protestants, gewoon aan. Dat zorgde voor een grote continuïteit in de plaatselijke politiek. Wethouders zaten er vaak genoeg al sinds 1946.
Ik herinner me ook de jaren dat in Rotterdam de PvdA in de raad de absolute meerderheid had. En op 1 mei liet burgemeester André van der Louw de rode vlag wapperen van het stadhuis.
Maar tegenwoordig is de gemeenteraad een lappendeken van partijen. Er moet een formateur van buiten worden ingehuurd om een college te vormen dat min of meer kan rekenen op een meerderheid. Zo krijgen al die partijgangers met hun kleine fractietjes de kans weken, soms maandenlang, Binnenhofje te spelen en partijleidertje.
Vroeger waren wethouders lid van de gemeenteraad. Nu mag dat niet meer. Ze komen om zo te zeggen van buiten, soms van ver buiten de gemeente. De afgelopen jaren is er een groep beroepswethouders ontstaan, die van gemeente naar gemeente hoppen om daar een wethouderszetel in te nemen. Misschien zit er in Uw gemeente ook wel zo´n zwerver op het kussen.
Ik heb een advies aan al die fractieleidertjes en al die formateurs. Het heeft geen enkele zin een gedetailleerd collegeprogramma uit te stippelen. We leven momenteel in hoogst onzekere tijden. We leven bij de dag. We weten absoluut niet wat voor gevolgen de oorlog in het Midden Oosten zal hebben. Daarom zal een gedetailleerd collegeprogramma niet lang houdbaar zijn. Dat kan door veranderende omstandigheden straks zo de prullenbak in en dan moet je improviseren. Schrijf een kort stuk op hoofdlijnen. Stel prioriteiten. En gebruik dat als leidraad. Beloof weinig tot niets. En laat geen burgers in de steek. Dan zal het waarachtig wel lukken. En dan nu een loflied dat voor elke gemeente geschikt is: de plek waar je wilt blijven https://www.youtube.com/watch?v=ZGjt_dXh1Lo&list=RDZGjt_dXh1Lo&start_radio=1