Beluister hier de column

Lieve mensen, als je ouder wordt zoals ik, komt het verleden bij steeds meer gelegenheden binnen. Dat overkwam mij vrijdagavond toen het dorp Berkel en Rodenrijs, of liever gezegd het sportpark daar het Journaal haalde. Dat wordt namelijk niet alleen gebruikt door dorpelingen van alle leeftijden maar ook steeds meer door Canadese ganzen. U weet wel, die mooie beesten die lang niet zo lelijk doen als hun Hollandse soortgenoten en heel leuke kleintjes krijgen. Deze dieren schijten zoveel en met zulk een kracht dat de gemeente de velden een paar keer per week moet schoonmaken en nog is het niet genoeg. Soms kunnen door het vuil van die ganzen zelfs wedstrijden niet op tijd beginnen en dan loopt het spelschema van de hele dag in de war, zo vertelde een sportbestuuder aan het Journaal.

Toen kwam die oude herinnering weer bij mij boven. Een halve eeuw geleden heb ik eens kennis gemaakt met de toenmalige secretaris van de Jagersvereniging op Goeree Overflakkee. Hij woonde in een villaatje aan de voet van de dijk in de buurt van Oude Tonge. Het was herfst. Hij stookte de open haard op met oud hout en vertelde over de ganzenjacht. ¨Ik zou het nog kunnen waarderen als die beesten terug schoten¨, zei ik. Dat was natuurlijk een flauwe opmerking maar de secretaris was op dat gebied wel wat gewend. Onverstoorbaar legde hij uit welke rol de jagers speelden in de ecologie van zijn eiland. Hij had gelijk. Als je het biologisch bekijkt, zaten die jagers helemaal bovenin de voedselketen samen met vossen, roofvogels en tegenwoordig ook wolven. Ze leverden hun bijdrage aan het evenwicht in de natuur. Je kunt daar persoonlijk problemen mee hebben omdat je er niet tegen kunt een dier dood te schieten maar dan moet je wel beseffen dat onze heel verre voorouders afhankelijk waren van wat ze met de jacht buit wisten te maken.

Het probleem is dat die Canadese ganzen hun uiterlijk mee hebben in tegenstelling tot bijvoorbeeld gieren. Ze hebben een prachtig verendek en ze kunnen met die lange zwarte nek van ze overal voor de dag komen. Bij mij in de buurt hebben zij zich ook gevestigd. Van de zomer zag je ze met acht tot tien jongen door de wijk waggelen op zoek naar gras want het zijn echte grazers. Je kijkt daar met genoegen net als naar hun verre neven de nijlganzen. Dat zijn ook sierlijke dieren met schattige kleintjes. Maar in hun gedrag zijn zij zo gemeen als katoen van een cent een el. Ze pikken niks. En gaan meteen tot de aanval over. Wat dat betreft zijn het net meerkoeten, die desnoods enorme zwanen weten af te schrikken.

Nee, dan zijn de Canadese ganzen veel gemoedelijker. Wat wel opvalt is dat zij – als ze eenmaal ergens zijn neergestreken – zich niet meer weg laten jagen. Op een van de webcams van Staatsbosbeheer was te zien hoe zo´n Canadese gans het nest van een visarend in de Biesbosch had overgenomen. De visarend voerde dagenlang duikvluchten uit maar de gans week niet van haar plaats. Als het kraken weer in de mode komt wat met al die dakloosheid niet gek zou zijn, dan was de Canadese gans een mooi mascottedier voor de bezetters van huizen.

Ik kan het niet helpen. Ik vind ganzen leuke beesten. Bij mij heb ik ze als buren geaccepteerd op de manier van de flattenwijken in mijn stad. We leven en laten leven. Ik val die ganzen niet lastig en mij vallen ze ook niet lastig.

Toch zou het misschien helemaal geen gek idee zijn als keukeninfluencers eens begonnen met recepten. Vroeger althans was een gans iets heel bijzonders op tafel, op één lijn met de kalkoen. We moeten leren van de vossen, de wolven, de roofvogels: gans op het menu. Zielig? Moet je eens kijken hoe varkens moeten leven of kippen met zijn duizenden en nog eens duizenden op elkaar gepakt. Dan heeft zo´n door een jager geschoten gans tenminste nog een natuurlijk leven achter de rug. Hier is een Canadees loflied op hun prachtige gans