
Meer boeren. Dat zou ik graag zien. Ja, meer boeren dat zou mooi zijn. Ik ben nogal eens kritisch over de landbouw. Vooral over de vervuiling van het water met bestrijdingsmiddelen en meststoffen. Dan krijg ik soms via sociale media de wind van voren met scheldwoorden als ‘boerenhater’ en Joost Kievit wil alle boeren weg hebben. Nee dus, het tegendeel is waar. Graag meer boeren, wat mij betreft. Maar, de realiteit is een andere. Het worden er steeds minder.
Toen ik geboren werd waren er ongeveer 410.000 boeren bedrijven in ons land. In 2025 waren dat er nog 49.459. Een afname van 88 % tijdens mijn leven. Steeds minder boeren dus en die ontwikkeling gaat nog door. Dat verschijnsel is niet uniek voor boerenbedrijven. We hebben dat bij meer beroepsgroepen gezien. Ik ben opgegroeid in een dorp van minder dan 1000 inwoners. Er waren twee kruideniers, twee bakkers, een slager, een groenteboer, een melkboer en nog een aantal kleine zelfstandigen. Die zijn allemaal weg. Supermarkten kwamen er. En nu is het dorp ook te klein voor een supermarkt. Een paar familieleden van me hebben lang geprobeerd om de laatste supermarkt overeind te houden, maar dat is uiteindelijk niet gelukt. De kleintjes worden opgeslokt door de groten. En die worden steeds groter.
Datzelfde zien we ook in de landbouw, Bedrijven zijn nu 5 keer groter dan in mijn jeugd. Is dat erg? Dat kun je je afvragen. Het zijn in ieder geval de feiten en iedere boer die moet stoppen heeft een eigen verhaal. Soms zal het een bevrijding zijn en de weg naar een gemakkelijker leven. Soms zal het een persoonlijke drama zijn om het bedrijf waar je ouders en grootouders aan hebben gebouwd op te moeten geven. In mijn vroegere werk heb ik zelfmoorden meegemaakt die daar zeker mee te maken hadden. Een treurige toestand.
Boeren verdwijnen dus, net als slagers, bakkers, melkboeren, schoenmakers en heel veel andere kleine zelfstandigen. Opgeslokt door grote en sterke bedrijven of overbodig geworden. De prijs van de vooruitgang zou je kunnen zeggen. Toch is er een verschil tussen boeren en al die andere bedrijven. Een boer was natuurlijk altijd bezig om een boterham te verdienen voor z’n gezin. Net als de schoenmaker. Maar de boer zorgde tegelijkertijd voor het landschap. Onbedoeld en onbetaald, maar het gebeurde wel. Landbouw en natuur waren synoniem met elkaar in mijn jeugd. Natuurgebieden waren er wel, leerde ik achteraf. Maar niet waar ik opgroeide niet. Boerenland was natuur. En dat was vanzelfsprekend. Weilanden stonden vol met bloemen en wemelden van de vlinders, bijen, zweefvliegen en andere insecten. Weidevogels waren er in overvloed. Kievitseieren eten was geen enkel probleem. Boerensloten zaten vol met leven. Alles buiten het dorp was natuur. En in het dorp? Daar waren zoveel huismussen dat de lokale graanhandelaar een stuiver gaf voor twee pootjes van een huismus. Een bron van inkomsten voor de jeugd. Ik had ontdekt waar die graanhandelaar de pootjes weggooide in z’n achtertuin, verzamelde ze daar en leverde ze later aan zijn voordeur weer af. Een soort kringloop zou je kunnen zeggen.
Met de boeren verdwijnt ook de boerennatuur. Ze onderhouden nog steeds het landschap maar de natuur is daaruit verdwenen. Boerenlandvogels zijn zeldzaam geworden. De bonte weilanden zijn monoculturen geworden van enkele hoogproductieve grassoorten. Natuurbeschermers spreken van grasfalt. Het leven uit de boerensloten is zo goed als verdwenen. Je vindt er nu een cocktail van landbouwgif en meststoffen. Er is geen plaats meer voor natuur. Het inkomen van de resterende boeren vereist maximale opbrengsten en zoveel mogelijk beperking van de kosten. Schaalvergroting, mechanisatie en inzet van chemische middelen namen een vlucht. De opbrengst in kilo’s stijgt tot grote hoogte. Over de kwaliteit van de producten zal ik het nu niet hebben. De kwaliteit van onze leefomgeving en de natuur raken in een diep dal. Gelukkig ontstaat er een tegenbeweging. Biologische boeren en andere vormen landbouw komen op. Ze zien in dat ze op een doodlopend spoor zitten en gaan het anders doen.
Dan gebeurt er iets merkwaardigs in de politiek. De opkomst van de BBB. Ze weten half Nederland ervan te overtuigen dat zij er voor de boeren zijn. Ze gaan dwars voor de landbouw transitie liggen. Onze nationale driekleur hangt overal ondersteboven in het landschap. Ze verkondigen dat degenen die de landbouw willen hervormen alle boeren weg willen hebben. No farmers, no food. Hervormers binnen en buiten de sector worden overschreeuwd . Maar wacht eens even, dat betekent het doorzetten van de tendens van verdwijnende boeren. Slagers, bakkers en melkboeren werden supermarkten en daarna internationale ketens van supermarkten. Boeren worden superboeren en daarna?
Dat kun je zelf wel invullen. Mensen laat je niet voor de gek houden. Ik wens ons meer boeren en meer boerennatuur.