Droogte is deze zomer zo’n beetje dagelijks in het nieuws. Samen met de zogenoemde natuurbranden en oorlog. En niet te vergeten: immigratie. En het heeft bijna allemaal met elkaar te maken. Klimaatverandering is de oorzaak van veel van deze ellende. Of jaagt op z’n minst deze problemen aan. Oorlog en klimaatverandering? Wat heeft dat met elkaar te maken zul je misschien denken. Dan moet je het boek ‘De klimaatgeneraal’ eens lezen. Tom Middendorp, voormalig commandant van de Nederlandse strijdkrachten schreef het. Hij is als hoogste baas van ons leger overal op de wereld in oorlogsgebieden geweest. Hij analyseerde een reeks van deze conflicten. Zijn conclusie is dat klimaatverandering en de beschikbaarheid van water in heel veel gevallen de oorzaak is. En dat daarin dus ook de oplossing van een conflict gezocht moet worden. Wereldwijd zijn miljoenen mensen op drift. Gevlucht uit hun geboortestreek, die onleefbaar werd door klimaatverandering. Te heet en te droog, waardoor geen voedsel meer verbouwd kan worden. Verhongeren of vertrekken is dan de keuze.
Delta’s zijn kwetsbaar. Overal op de wereld. In delta’s waar rivieren in zee uitmonden wonen en werken overal grote concentraties mensen. Die gebieden zijn zonder uitzondering afhankelijk van de rivierafvoer. Zoet water is nodig voor drinkwater, voedselproductie en tal van economische ctiviteiten. En die rivieren drogen op. IJs en dus ook smeltwater verdwijnen door de hogere temperaturen. We zien dat al heel langs aankomen, maar echt serieus genomen is het niet. Wegkijken heeft niet geholpen. En nu ondervinden we de gevolgen.
In Hongarije is een kerncentrale stilgelegd. Te weinig water in de Donau om de centrale te koelen. Een groot probleem voor de stroomvoorziening in dat land. Ons land is ook een delta. Wij zijn dus rechtstreeks afhankelijk van de rivieren die bij ons in zee stromen. En ook die drogen op. De gletsjers bovenstrooms verdwijnen en dus houdt de voeding met smeltwater op. Het traditionele reisje lans de Rijn. Kan even niet. Scheepvaart routes worden afgesloten. En waar nog wel gevaren wordt, kan minder vracht meegenomen worden. De vraag of het nog wel rendabel is, ligt al op tafel. Een groot deel van de Randstad is voor drinkwater afhankelijk van Maas water. Hoe lang gaat dat nog goed? Het gaat dan niet alleen om de vraag of er genoeg is. De kwaliteit is ook belangrijk. Minder rivierafvoer betekent ook een hogere concentratie van de vervuiling.
En we hebben nog een probleem. Rivier afvoer zorgt er op een natuurlijk manier voor dat we de zee buiten houden. Het zoete rivierwater drukt het zoute zeewater naar buiten. De zeespiegel stijgt. Ook door klimaatverandering. De rivierafvoer stagneert. De zee komt naar binnen. De verzilting neemt toe. Ook die verzilting is een groot probleem. Het is een bedreiging voor de huidige drinkwatervoorziening, de landbouw zoals we die nu kennen en ook andere bedrijven hebben zoet water nodig. Kortom onze leefwijze zoals we die in laag Nederland kennen staat op het spel. Wat kun je dan doen? Gelaten afwachten is geen optie. We moeten zo snel mogelijk van de fossiele energie af. Ieder dag dat we daarmee doorgaan maakt de problemen groter. En we moeten aanpassen en instellen op wat ons te wachten staat. Dan komen ook de waterschappen in beeld. Zij zijn verantwoordelijk voor het beheer van de regionale watersystemen. Niet voor de rivieren. Daar hebben we Rijkswaterstaat voor. Het zal duidelijk zijn dat ze geen kraan hebben die ze open en dicht kunnen draaien. De rivierafvoer is een gegeven.
Dat is anders bij de regionale watersystemen. Het gaat dan over het water in de dorpen, steden en de polders. Daar is wel sturing mogelijk. En daar zijn eind vorige eeuw ook afspraken over gemaakt. Die afspraken zijn erop gericht om de neerslag die er valt efficiënt te gebruiken. Er geldt een drietrapsstrategie. Eerst zoveel mogelijk regenwater vasthouden in het stelsel van sloten, kreken en boezems. En in gezonde bodem kan ook veel water vastgehouden worden. Als dat niet meer lukt moet je water gaan bergen. Dat betekent dat een waterschap bergingsgebieden moet maken waar overtollige neerslag tijdelijk opgeslagen kan worden. Pas in laatste instantie kun je overtollig water de rivier op pompen. Tenminste als je die afgesproken strategie volgt.
Het waterschap op de Zuid-Hollandse eilanden heeft dat nooit gedaan. De afgelopen decennia zijn op de eilanden regionale watersystemen gebouwd die volledig afhankelijk zijn van de grote rivieren. Snel aanvoeren als er te weinig water is en direct afvoeren bij veel neerslag. Dat betekent grote gemalen, geautomatiseerde stuwen en veel te weinig ruimte voor water. En afhankelijk van doorspoelen bij ernstige vervuiling. Een ‘kan niet op beleid’ dat ons gaat opbreken. Dat wordt steeds meer duidelijk, nu de rivieren het laten afweten.