Beluister hier de column

Lieve mensen, de hittegolf is zo´n beetje weggeëbd. De temperaturen zijn weer normaal voor de tijd van het jaar maar ze zullen de komende weken zeker een of meermalen stevig stijgen. Dat komt – weten we allemaal – door de klimaatverandering. Laten we daarom in deze dagen die ons in staat stellen het hoofd koel te houden, een belangrijk probleem aansnijden: moeten wij ons ook qua kleding aanpassen bij het warmere weer. Ik beperk mij in dit praatje tot de heren want daar kan ik over oordelen. Daarom laat ik de dames terzijde.

Goed dan, het is duidelijk dat het jasje dasje model geschikt is voor een koel klimaat maar juist niet voor de warme zomers waar we nu aan moeten wennen. Toch is een colbert bij formele gelegenheden verplicht zelfs al vallen de mussen dood van het dak. In de Tweede Kamer bijvoorbeeld wordt er strak de hand aan gehouden.

In het tropische Indonesië geeft een batik overhemd hetzelfde cachet als een herenkostuum. Je kunt daarin gekleed met gerust hart op bezoek gaan bij de president. Wel met lange mouwen, nooit met korte. Geen das, bovenste knoopje open. Daaronder een wit t-shirt.  Niet in de broek stoppen maar er overheen laten hangen. Datzelfde geldt voor de barong tagalog, een getailleerd wit of crèmekleurig hemd met veel borduurwerk uit de Filipijnen. Alleen slaven dragen namelijk het hemd in de broek en niet er over heen. \Zouden wij voor tropische temperaturen ook zulke overhemden moeten ontwerpen, waar je bij wijze van spreken in kunt gaan trouwen? Dat zou een betere vernieuwing zijn dan de korte broek of  die afschuwelijke bermuda. Toch zie je deze aanslag op de goede smaak op straat steeds vaker.

Ik onderstreep één ding ook al staat het zo ook al als een paal boven water: een heer draagt nooit of te nimmer een korte broek. Hij weet namelijk dat hij dan straal voor gek loopt. Wie in een korte broek verschijnt, ontmaskert zichzelf.

Behalve de batik en de barong tagalog is er nog een buitengewoon geschikt kledingstuk voor hete dagen: de djellaba. Dat is een een soort herenjurk die ruim zit en de drager als het goed is tot de enkels bedekt. Het is een perfecte bescherming tegen de brandende zon. Ik bracht er eens een mee van de Noordmolenstraat in Rotterdam, tegenwoordig een echte islamitische winkelboulevard. Handig voor in huis, dacht ik. Je trekt hem over je hoofd zoals een t-shirt. Armen in de mouwen en hij valt ruim om je lijf, die djellaba. Maar thuis werd die aankoop slecht ontvangen. Mijn lief begon over een vlag op een strontschuit, niet eens een modderschuit. Ook vriendinnen en een buurvrouw uitten zich in gelijksoortige termen. ¨Jij hoeft er niet naar te kijken, maar ik wel¨,aldus mijn geliefde: ¨Je beseft wel dat je in zo´n ding volledig voor paal loopt¨ Ik trok de  djellaba nog eens aan en keek in een manshoge spiegel. Ze had gelijk. Ik stond voor paal. En dat terwijl dit absoluut niet het geval is met de moslimheren die ik op vrijdag in zo´ń gewaad  naar de moskee zie wandelen. De djellaba staat ze voortreffelijk en ik weet niet hoe dat komt. Is het vanwege de manier waarop zij dit kledingstuk dragen of is het een gewaad dat alleen maar staat als je uit het Midden Oosten of de Maghreb komt?

Vroeger droegen Chinese vrouwen vaak een cheongsam, een jurk met een split van de enkels tot de heup. Heel esthetisch en tegelijk sexy. Blanke meisjes deden zichzelf geen plezier als ze zo´n cheongsam aantrokken. Het was een jurk waarin alleen Chinese vrouwen tot hun recht konden komen. Dat is blijkbaar ook het geval met de djellaba en blanke heren zoals ik. En dus voer ik hem af.

Voor binnenshuis heb ik wel een ander kledingstuk – net als de batik afkomstig uit Indonesië: de sarong. Dat is een langwerpige doek die je strak om je middel trekt. Daarna draai je de bovenkant een paar keer om. Dan blijft de sarong perfect zitten. Het is unisex voor mannen en vrouwen. Over de sarong draagt ik een gewoon overhemd met korte mouwen. Perfect voor  zwoele avonden.

Even reclame maken: ik bestel ze bij sarong batik in Ede. Dat is een christelijke organisatie die de producenten op Java en Bali een eerlijke prijs geeft voor hun prachtige producten. En nu een zwoel, zwoel lied. Komt uit de tropen, maar heeft een thuis gevonden in Europa. Net als die sarong bij mij in de kast. U kent het wel, qui  sas qui sas, qui sas. In een geweldige Duitse uitvoering  https://www.youtube.com/watch?v=g_i-HKCNj4E&t=1s