Bijen, daar gaat het niet goed mee. Dat is dat wel zo’n beetje algemeen bekend. Trouwens met heel veel insecten soorten gaat het bergafwaarts. Dus ook met de bijen. Veel mensen denken dat het dan om de honingbijen gaat. Dat is niet zo. Het gaat om de wilde bijen die van nature in ons land voorkomen.
We hebben in Nederland 359 soorten wilde bijen. Daarvan staat 55 % op rode lijst. Die zitten dus in de gevarenzone. Als we niet oppassen sterven ze uit in ons land. Diverse soorten staan op het punt van verdwijnen. Bijvoorbeeld de Zandhommel. Zandhommel? Het ging toch over bijen? Ja, dat klopt maar de hommels worden in het insectenrijk ook tot de bijen gerekend. De Zandhommel was vroeger algemeen. Overal op het platteland kwam hij voor. Nu nog op twee plekken. In het westen van de Hoeksche Waard en in de Biesbosch.
Met de verschillende hommelsoorten die afhankelijk zijn van klavers gaat het bijzonder slecht. Daarvan staat 80 % op de rode lijst. Met honingbijen is niets aan de hand. Dat zijn dieren die door imkers worden gehouden in bijenkasten of korven. De meeste imkers verzorgen hun veestapel goed en in tijden van voedselschaarste worden ze bijgevoerd. Daar hoeven we ons dus geen zorgen om te maken. In sommige gevallen zijn honingbijen zelfs een bedreiging voor hun wilde soortgenoten.
Over het algemeen is het houden van honingbijen een natuurvriendelijke bezigheid. Maar er zijn uitzonderingen. Honingbijen moeten het net als hun wilde soortgenoten hebben van stuifmeel en nectar. Voor een groot deel afkomstig uit de natuur. Als er teveel honingbijen op een plek zijn, krijg je voedsel concurrentie. En dat kan schadelijk zijn voor de wilde soorten.
Sommige grote commerciële bijenhouders hebben heel veel volken. In de voorzomer worden bijenvolken verhuurd aan fruit- en zaadtelers. De natuurlijke bestuiving is niet meer voldoende om voor een maximale opbrengst aan fruit en zaad te zorgen. De teloorgang van onze inheemse insecten levert dus een verdienmodel op voor imkerij bedrijven, die vaak vanuit het buitenland in ons land opereren. Een beetje wrang vind ik het wel.
In de nazomer is er geen behoefte meer aan bestuiving van cultuurgewassen. En daar hebben die commerciële bedrijven het volgende op gevonden. Ze zetten hun bijenkasten met honderden bij elkaar aan de randen van natuurgebieden. Onder andere bij het Natura2000 gebied, de Biesbosch. Vele miljoenen honingbijen zwermen uit over het natuurgebied en roven daar het voedsel van hun wilde soortgenoten weg. In die gebieden bloeit dan massaal de Reuzenbalsemien en die plant levert een bijzonder lekkere honing die veel geld opbrengt. De natuurbeheerders staan machteloos.
De provincie Zuid-Holland is verantwoordelijk voor de in stand houding van het Natura2000 gebied in een deel van de Biesbosch. Ze zijn al jaren bekend met het probleem. Ze hebben ook onderzoek laten doen door het kenniscentrum insecten. Duidelijk is dat de vele miljoenen honingbijen schadelijk zijn voor de natuur. Het kenniscentrum komt ook met een concreet advies over het plaatsen bijenkasten. Niet meer dan vier bijenvolken per vierkante kilometer en op flinke afstand van natuurgebieden als de Biesbosch. Er kwam ook beleid, alle overheden gingen samenwerken en er zou een voortvarende aanpak komen. En er gebeurde niets. Het is complex praten ambtenaren elkaar na. Juridische instrumenten zijn niet toereikend. En er gebeurde niets, de aantasting van de natuur ging gewoon door.
Ik was persoonlijk bij het bijen probleem betrokken geraakt omdat een paar jaar geleden ook honderden bijenkasten op dijken van het waterschap stonden. Natuurbeschermers vroegen mij als voorzitter van Water Natuurlijk of ik iets kon doen. Dat heb ik gedaan en het waterschap zorgde ervoor dat bijenkasten van de dijken verdwenen. Maar daarmee was het probleem niet opgelost. In de zomer van 2024 opnieuw een melding van natuurbeschermers uit Dordrecht. Ruim 200 bijenvolken in een weiland aan de rand van de Biesbosch. Toen ben ik zelf op onderzoek uitgegaan. Mijn conclusie was dat er wel degelijk juridische instrumenten waren. Het was gewoon in strijd met de Omgevingswet. Provincie geïnformeerd en handhavingsverzoeken naar de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. En er gebeurde niets. De aantasting van de natuur ging gewoon door. Een klacht ingediend over het functioneren van de Omgevingsdienst. Volledig in het gelijk gesteld, excuses en de toezegging: we gaan onderzoek doen en in 2025 pakken we het probleem goed aan.
Begin augustus 2025, de bijenkasten stonden er weer. Nieuwe handhavingsverzoeken en aangifte van overtreding van de wet. En er gebeurde niets. Weer ging een seizoen voorbij en de aantasting van de natuur ging gewoon door. Zou 2026 een ommekeer brengen? Laten we het hopen.