Beluister hier de column

Foto Streetview

Lieve mensen, de kans is reëel dat U de woning deelt met een of meer volwassen kinderen. En anders hebt U wel broers of zussen die in een dergelijke situatie. De wachttijden voor betaalbare woningen zijn onmenselijk lang, vaak meer dan tien jaar. Dit doet me denken aan mijn ouders. Zij trouwden voor de wet in 1948. ´s-Morgens vroeg op het Schiedamse stadhuis tijdens het gratis uurtje. Mijn vader had een ochtend vrij genomen zodat ze nog tijd hadden voor koffie met taart in de Amstelbron.Want dat was een net café restaurant waar je als serieuze  vent je verloofde met gerust hart mee naar toe kon nemen. Ze zullen elkaar wel een nette zoen hebben gegeven bij het afscheid want dat huwelijk op het stadhuis had voor mijn ouders geen enkele betekenis. Voor hen telde, dat zij elkaar het Heilig Sacrament van het Huwelijk zouden toedienen tijdens een plechtige heilige mis. Die moest gevierd worden in de parochiekerk van de bruid: de Frankelandse Kerk. Uitvaarten vonden daarentegen plaats vanuit de parochie van de bruidegom. Zo ging dat al eeuwen in de katholieke kerk.

Dit kerkelijk huwelijk vond pas een dik half jaar na het burgerijke plaats. Vanwaar dat tijdsverschil? Omdat mijn ouders zich dan eerder mochten  inschrijven als woningzoekende. Bovendien hadden  een vergunning nodig om de zolder te mogen verbouwen bij opa en oma van moederszijde. Familie had voorrang. Anders kon het gebeuren dat die zolder aan vreemden werd toegewezen. Voor een echte eigen woning, was de wachttijd veel langer. Mijn ouders kregen pas acht jaar na dat burgerlijk huwelijk een flatje in een nieuwbouwwijk toegewezen en daar was de geboorte van mijn broer niet vreemd aan. Dit alles heette ¨bericht krijgen¨. Als je over anderen hoorde: ¨Zij hebben bericht gehad¨, dan wist je: ze hebben eindelijk een huis.

Acht jaar dus. In een land dat na de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog nog steeds bezig was met de wederopbouw.

En tegenwoordig  bedraagt de wachttijd tien tot twaalf jaar. Voor jonge mensen die samen een leven willen ophouwen, is de situatie net zo hopeloos als in de tijd van mijn ouders, die als twintigers de oorlog uit kwamen. Zo niet hopelozer.

Dat is een schandaal maar geen mens koopt iets voor deze constatering. Als ik nu geen oude kerel was maar een twintiger, dan zou ik er serieus over denken naar een ander Europees land te verhuizen waar wonen betaalbaarder is. Je moet daar natuurlijk wel het juiste vak voor geleerd hebben maar toch is mijn advies: denk niet Nederlands. Denk Europees. Anders zit je over acht jaar nog bij pa en ma op zolder.

Zo mensen, dat is een lange inleiding, voor wat ik eigenlijk wil zeggen. In onze streken hebben een tachtigtal woningen de status van monument gekregen, bijvoorbeeld in Puttershoek. Ze hebben een bijzonder karakter: het zijn prefabhuizen uit Noorwegen, Zweden, Finland en Oostenrijk, die waren geschonken als hulp na de watersnoodramp van 1953. Veel huizen waren verwoest en overlevenden moesten acuut worden ondergebracht. Vndaar dat die landen noodwoningen schonken die je snel in elkaar konden zetten.  Ze bleken veel beter tegen de tand des tijds bestand dan iedereen had gedacht. Anders waren ze al lang wegens verkrotting verwijderd. Maar ze staan er nog in volle glorie. Zij zijn zelfs de status van monument waardig.

Dit is een uitweg: Nederland zou op grote schaal van zulke noodwoningen moeten bouwen om daadwerkelijk iets te doen tegen het onaanvaardbaar gebrek aan onderdak. Meest urgenten: gezinnen die nu over straat zwerven.

Over een paar maanden zijn er raadsverkiezingen. Vraag de kandidaten wat ze concreet aan de woningnood willen doen. Is het antwoord vaag, stem dan op een ander. En verder: de bouw is wouw. https://www.youtube.com/watch?v=kyvmBYfqsHE&list=RDkyvmBYfqsHE&start_radio=1