Achteruit boeren. Hoe gaat het eigenlijk met de Nederlandse landbouw? Nou, niet zo goed. We boeren achteruit. Dat geldt zeker voor de gangbare landbouw. Ik gebruik de term gangbaar niet zo vaak meer. Ik ben daar mee gestopt toen ik te horen kreeg dat een biologische boer daar bezwaar tegen had. Hij vond dat die term gekaapt was. Vroeger was alles biologisch, nu wordt je als biologische teler vaak als buitenbeentje gezien. Sinds die tijd spreek ik over de industriële landbouw en die is sterk afhankelijk van de chemie in de vorm van kunstmest en bestrijdingsmiddelen.
Sinds mijn jeugd is de landbouw heel erg veranderd. Handwerk is zo goed als verdwenen. Bijna alles is gemechaniseerd. De digitalisering heeft z’n intrede gedaan. Drones en satellieten hebben we gekregen. De afhankelijkheid van chemische stoffen is sterk toegenomen. In mijn jonge jaren raakten kunstmest en bestrijdingsmiddel net in zwang. De productie van gewassen is door het dak gegaan. Prachtig allemaal. Mede mogelijk gemaakt door kennis instituten als de Wageningen universiteit. Boeren voormannen slaan zichzelf op de borst. We hebben in Nederland de beste en meest efficiënte landbouw ter wereld. Hoe kan het dan dat we toch achteruit boeren?
In mijn jeugd waren er meer dan 410.000 boeren bedrijven, nu minder dan 50.000. Een enorme kaalslag. Gemiddeld meer dan 5000 bedrijven per jaar verdwenen. Uitgerangeerd. Weggesaneerd. Allemaal gebeurd zonder noemenswaardige protesten. Niet iedereen treurde, maar voor veel mensen en gezinnen was het een drama. De prijs van de vooruitgang. Is dat vooruitgang? Of moet je dat achteruit boeren noemen. De overblijvers werden wel groter. Het aantal landbouw miljonairs in ons land groeide wel.
We hebben een chronisch gebrek aan ruimte in ons land. Dat geeft torenhoge grond prijzen en veel grond speculatie. De landbouw gebruikt 60 % van de ruimte in ons land. Het is dan ook een vitale pijler van onze economie wordt weleens geroepen. Natuurlijk is landbouw belangrijk. Geen discussie daarover, maar enige bescheidenheid is op z’n plaats. In 1995 was het aandeel van de landbouw in onze economie 2,8 %, nu nog 1,4 %. Gehalveerd in 30 jaar. Ook daar boeren we achteruit.
Daarnaast gaan er honderden miljoenen euro’s aan inkomenssteun naar onze boeren. Dat wordt opgebracht door de belasting betaler. Veel subsidie gaat naar grote veeboeren. De inkomens op deze bedrijven zou natuurlijk gewoon uit de productie moeten komen, maar dat lukt kennelijk niet. Niet echt een gezond teken. Vitale bedrijven kunnen op eigen benen staan. Dat lukt deze sector niet. Het is ook verre van eerlijk. Ik betaal mee aan het kunstmatig laag houden van de prijs van een stukje vlees, terwijl ik geen vlees eet.
De milieubelasting vanuit de landbouw is hoog. Veel te hoog. De sector levert een grote bijdrage aan klimaatverandering. Ze stoot per verdiende euro 314 keer meer broeikasgas uit dan de zakelijke dienstverlening, is top vervuiler van water en de grootste uitstoter van stikstof. Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft recent gerapporteerd over de kosten van de milieubelasting. De Nederlandse landbouw veroorzaakt jaarlijks voor 12,4 miljard euro aan milieuschade. De veehouderij is daar binnen het grootste probleem met 8,5 miljard euro milieuschade. Ook de gezondheid van mensen is steeds meer in het geding.
Natuur en landbouw was vroeger bijna synoniem. Het Nederlandse cultuurlandschap was bijzonder rijk aan natuur. Als ik in mijn jeugd op het land werkte in de zomer, waren er altijd zingende veldleeuweriken boven m’n hoofd. Dat is verleden tijd. Ook daar boeren we achteruit. De teruggang van boerenlandvogels is dramatisch. Gemiddeld met 70 % afgenomen tijdens mijn leven. Cultuursteppes noemen we onze akkers en weilanden nu. Vanwege het weinige leven dat daar nog voorkomt. In zijn boek ‘De bonte wei’ roemde Jac Thijsse ooit onze weiden. De schatkamers van de Nederlandse Flora noemde hij ze. Vanwege de grote variatie aan plantensoorten die daar voorkwamen. De bloemen zijn verdwenen. We spreken nu van grasfalt. Bloemen tussen het gras zie je nog in natuurgebieden en goed beheerde bermen. In de industriële veeteelt is daar geen plek meer voor.
Als ik dat zo overzie. Minimale bijdrage aan de economie, dramatisch afname van het aantal boerenbedrijven, grote milieubelasting, gezondheid van mensen in het geding, jaarlijkse schade van 12, 4 miljard, sterk gesubsidieerd, groot ruimtebeslag, de natuur moet het ontgelden. Dan is mijn conclusie: de industriële landbouw is failliet. Daar moeten we vanaf.
Tijd voor een landbouw die past bij ons land. Hoog tijd om vooruit te gaan boeren.